Helena lijdt aan tekstschrijfberoepsdeformatie

Aaah, bankhangen met een KRO-detective. Op het program: "Pascoe ligtna een ongeluk zwaargewond in het ziekenhuis. Intussen houdt Dalzielzich bezig met de vondst van een voet in het meer. En het blijft nietbij een voet. In het ziekenhuis van Wetherton sterven intussen wel ergveel patiënten. Is er een verband?"

Voor zeker een half uur vond ik het een bijzonder ontroerendvooruitzicht: de immer strontchagrijnige Dalziel die in het ziekenhuisin het zweet des aanschijns alles op alles zet het laatste stuk verbandboven water te krijgen om daarmee het bloeden van zijn maatje Pascoe tekunnen stelpen. Daar bleek dus níets van waar te zijn …

Tutsjskrien

‘De bon kan niet geprint worden. Wilt u toch doorgaan?’

Communiceren met de pinautomaat, je moet er even doorheen als je voornemens bent rose te gaan slempen op de Nieuwmarkt.

Natuurlijk wil ik doorgaan! Geld wil ik zien! Mijn zuurverdiende salariscentjes!

Dus ik beweeg mijn hand richting Ja-knop aan de rechterkant van het scherm. Die er dus plots niet meer zat. Een nieuwe automaat! Mét zonder knopjes naast het beeldscherm! Huh? ABN-AMRO, en dan zo’n blunder? Nee, heus … Nul knopjes. Dan maar een andere geldautomaat zoeken. Hoewel het wel heel raar is. Zoiets test je toch? Niet vergeten: even bellen naar de bank. Zijn ze vast heel blij mee, zo’n oplettende pinster.

Ach jee, achter mij een heel oude man. Da’s ook zielig. Heeft zich in z’n goeie goed gestoken om de wekelijkse wandeling richting geldapparaat te maken. Die komt van een koude kermis thuis zeg. Laat ik ‘m maar zeggen dat ‘ie zijn heil beter elders kan zoeken. Anders zou hij wellicht denken: ‘geen knopjes, en ze waarschuwt me geeneens’.

‘Meneer! Meneer! Het is absurd! Een nieuwe automaat! En je kunt nergens op drukken!’

‘Oh, mevrouw, het is zo’n touchscreen. Dat is nieuw. U moet gewoon op het scherm drukken.’

En de man had natuurlijk gelijk. De man met zo’n boodschappenkarretje op wieltjes en zijn pinpas al in de hand. Van een jaar of 80.  Minstens. Ik hoop dat ‘ie te seniel is het thuis na te vertellen.

Yeah right

Okee, okee! Ik begin wel weer. Ik kreeg het volgende voorgespiegeld: ‘Wanneer papa en mama heeeeel veel van elkaar houden en ze gaan heeeeel dicht tegen elkaar aanliggen, dan gaat er een zaadje naar mama’s buik, en daar kwam jij later uit.’ Dat vond ik wel plausibel, weet ik nog. En omdat ik nooit echt hoteldebotel op mijn teddybeer ben geweest, was meteen het gebrek aan pluizig nageslacht verklaard.

Van een neefje hoorde ik iets a la ‘een handschoen heeft vijf vingers, en soms worden die vingers opgevuld …’ Gezien het feit dat kinderen zaken letterlijk dreigen te nemen, is het een wonder dat die knul daar geen dijk van een fetish aan heeft overgehouden, bedenk ik me nu. Maar goed.

Nu jullie. Waar moesten jullie het mee doen?

Niks de handen in het haar!

Amerika is the place to be. Is in Nederland je IQ jammerlijk gehalveerd door een navelstreng om je nek gedurende de geboorte, of ben je tamelijk van de zwakzinnige door een chromosomaal misstapje, in Amerika biedt dit ongekende mogelijkheden. Je bent namelijk geen verstandelijk gehandicapte, maar mentally challenged. Laat die levensloop vol uitdagingen dus maar aanrukken! En heeft je genenpakket het er bij de aanleg even bij laten zitten zodat je een aantal vitale lichaamsdelen mist, of heeft een passerende auto je fysiek wat aan flarden gereden, dan kun je je als physically challenged medemens wederom verheugen op een actieve en vooral kansrijke toekomst.


En dat snap ik allemaal wel, hoewel ik het persoonlijk wat ver vind doorgeschoten. Eigenlijk vind ik zelfs dat je door het omfloerst te brengen juist zegt dat een handicap erg is. Jouw probleem mag er blijkbaar niet zijn. Maar goed, het klinkt op het eerste gezicht in ieder geval fijn en positief. Het gooit je levensloop niet meteen op slot. Maar ik vind wel: er zijn grenzen.


Zo keek ik onlangs televisie, en werd geconfronteerd met iemand met weinig haar. ‘Kalend’, zou ik zo op het eerste gezicht zeggen. Maar neen, deze man was ‘hair-challenged … since he was eighteen!’
En ie-der-een bleef er strak bij kijken! Nou ja, de hair-challenged stakker keek wat beteuterd, maar dat is logisch. Het is ook niet niks allemaal …


Jullie nog op een of ander gebied uitgedaagd?

Kind, staat je enig!

Oeh, menschen, help mij: vandaag samen met mijn tijdelijke nieuwe manager – die in zijn eentje de term ‘dameskapper’ tot grote hoogte weet te stuwen – kledingcatalogi doorgebladerd. Tja, het is toch retedruk, dus waarom zou een mens zich daar niet aan onttrekken?

De meest lullige kledingbeschrijvingsstukjes, dat is de kern van onze competitie. En aangezien mijn handtas groter is dan die van hem, had ik mij al snel een weg gebaand richting de ‘Bon Prix’ (niks stigmatiserend, daar begon hij zelf mee!).

"Prachtige knusse pullover met "snoepyprint" in toffe winterse kwaliteitskleueren en frisse tunnelboord" (sic!) is door mij op de eerste plek gemoeuvreerd.

Mijn manager zegt terug te slaan. Meneer neemt morgen namelijk een ‘Goldner Schnitt’ mee.Ik heb dus munitie nodig. Deadline vrijdag. De beste partij wint tien flessen rose. En geloof me: dat hoor ik te zijn …

Bezoek uw buurtbejaarden

Ik heb heimelijke moeder Theresa-fantasieën. Ik moet wat Doen! Voor de Mensheid! Nu ende ogenblikkelijk! Nou ja, nadat ik zelf de boel goed voor elkaar heb, maar het gaat ooit gebeuren.

Vandaar dat ik voorzichtigjes om me heen kijk voor waardevol, daar -heeft-een-mensch -wat-aan vrijwilligerswerk. Iets waar een ander, hulpbehoevend iemand blij van wordt, en ik dus ook.

Daar dacht ik nog eventjes concreet over na voor ik in slaap viel. En wat tref ik de volgende morgen in mijn brievenbus? Een oproep van het ‘wijkopbouworgaan Rivierenbuurt’! Vrijwilligers gezocht! Een Teken, en niets minder. Er werden zelfs twéé soorten vrijwilligers gezocht. Oh jóttum: koffie erbij, en lezen maar.

Helaas, de eerste viel af. ‘Dame gevraagd voor het breien van een trui voor een buurtbewoonster. Kleine vergoeding mogelijk.’ Wat is een trui? En wat is breien? We gingen dus voor mensheidhelpend project numero dos.

Maar neen! Nee! En het begon zo veelbelovend: ‘Het Felicitatieproject’. Feliciteren, fijn, vriendelijk, happy happy, joy joy. Maar er overviel mij zo’n peilloos diepe triestheid toen ik verder las: ‘Het Felicitatieproject heeft dringend vrijwilligers nodig voor haar 70-pus eenzaamheidsbezoekjes. Elke dag is goed. Bel naar xxx.’

Dat zoog op de een of andere manier alle positieve energie uit me weg. De eenzaamheid en desolatie in dat verzoekje … Maar ik begrijp: je komt als vrijwillige heiland natúúrlijk niet in een situatie terecht waarin lammetjes om je heen dartelen, overal regenbogen aan de hemel gloren, en iedereen Blij en Gelukkig is. Anders hadden die mensen geen hulp nodig natuurlijk.

Dus ik zal me eroverheen zetten. En ondertussen hopen dat mijn onderbuurvrouw van 85 zich niet heeft aangemeld als eenzame 70-plussers. Dat ís me toch een ontstellende zeur …

Durex, Donner, druk …

Jazeker, ik ben momenteel een lousy logster. Dat komt onder andere omdat ik het momenteel afgrijselijk druk heb. Op mijn werk in het algemeen, en met twee projecten in het bijzonder. Namelijk een campagne voor de overheid, en een voor Neerlands grootste condoomfabrikant.

Daar moet ik al mijn aandacht bij houden, al was het alleen al om de beide projecten niet met elkaar te verwarren. Richt het ministeriële project zich op het ‘concreet handen en voeten geven aan de in de intentieverklaring vastgelegde oplossingsrichtingen’, het condoomproject richt zich op zo veel mogelijk glibberige manieren om elkaar de meest (on)mogelijke hoeken van de slaapkamer te laten zien.

Maar een beetje overlap werkt prima. Het kan geen toeval zijn dat ik juist vandaag vanuit het Ministerie het bericht kreeg dat ‘een en ander bijzonder vloeiend en prettig leesbaar is opgeschreven’, en vanuit de preservatievenhoek dat het fijn is ‘dat over zo een onderwerp door jullie blijkbaar toch met de gewenste formaliteit kan worden geschreven’.

Mooi zo. Jullie ook succesvolle crossover-verhalen?

Het zat hem niet lekker

Ooit kwam er een 103 jaar oude man met een kruk de tram binnen gestrompeld. Nog nooit heb ik een groep mensen zo massaal zien opstaan. Van voor tot achter – alles wat maar enigszins kon staan, vloog overeind. Ik incluis.

De man keek me met verdrietige ogen aan. ‘Zie ik er zó oud uit, mevrouw?’. (JA!!!! JEZUS! Dat het NOG LEEFT! Niet te hard praten Helena, straks valt-ie om!) ‘Nee hoor meneer. Maar juist een jonge god verdient het af en toe eventjes te zitten’. Daar moesten we allebei om lachen, en de man keek bij elke bocht, waarbij hij zich met zijn hele hebben en houwen aan de vastpakstang vasthield, onverzettelijk voor zich uit. En glimlachte trots naar me toen hij weer uitstapte.

Het blijft een lastig onderwerp, waar je zorgvuldig mee moet omgaan. Zo bleek vanmorgen maar weer. Daar kwam een kwieke vijftiger de bus binnengestormd. Een bus waarin de gemiddelde leeftijd op 18 lag (schoolkinderen, schoolkinderen, schoolkinderen, een VU-student – hij had een ov-jaarkaart en stapte uit bij de VU – en ik).

De VU-student bood hem een zitplaats aan. En deze man keek niet alleen een beetje verdrietig, maar ook nog eens teneergeslagen. Zág die student dat niet? Nee! ‘Echt, ik kan best staan hoor!’ De kwieke vijftiger sputterde nog wat tegen, en keek dapper blij terug toen de collegeganger hem bemoedigend toeknikte.

Daar zat hij dan. Met, zo zag ik, dezelfde stoere Puma’s aan als de VU-student. Ik had met hem te doen …

Hoera, NIETS gewonnen!

Ook ík had een staatslot gekocht. Voor het eerst in mijn leven. En het wonderlijke is: omdat dat een unieke gebeurtenis is, verwacht je ook unieke gevolgen. Oftewel, ik moest ernstig rekening houden met een storting van 18,4 miljoen.

Dat ging prima. Je weet natuurlijk nooit hoe het echt zou voelen, maar ik kon alvast prima leven met een nieuwe iPod en een abonnement op alle bladen die ik leuk vind. Ruw werd ik echter uit mijn droom gewekt: partnerlief belde twee uur voor de trekking: ‘Zeg mop, had jij geen staatslot gekocht? Bij deze draag ik de helft bij.’

Een fascinerende vraag. Waarbij mijn eerste reactie was: ‘IK ben door de regen toen naar de Albert Heijn gelopen, IK wilde een staatslot kopen, JIJ wist daarvan en JIJ hebt daar niets van gedaan.’ Maar ik begrijp ook: wanneer een en ander wellicht concreet wordt, waarom geen minieme investering doen?

Het probleem zit ‘m er echter precies in het feit dát het een minieme investering is. Die belachelijke, onrealistisch grote gevolgen kan hebben. Het verband tussen oorzaak en gevolg is gewoonweg zoek. Legio voorbeelden van winnaars die bij het kopen van het lot de helft van de prijs aan betreffende sigarenboer hebben beloofd. Met slepende rechtszaken tot gevolg. Of visite die een winnend lot aan de jarige heeft gegeven, met jarenlange ruzies als resultaat.

Want je geeft geen 18,4 miljoen weg op dat moment – je geeft een lot weg. Zoals je een boekenbon weggeeft. En zonder écht te beseffen wat de gevolgen zouden kunnen zijn. Bij de sigarenboer idem dito: je geeft hem een onschuldig kansje weg, of in ieder geval een lollig gesprekje. Maar geen 9,2 miljoen.

Godzijdank niets gewonnen. Partnerlief liet zich terecht niet afschepen met de belofte van de ingelegde 6,75 euro terug en een leuke, zelf uit te zoeken plant voor in de woonkamer… Volgende keer gaan we samen naar de staatslotwinkel.

We moeten hoognodig eens praten

Okee mensen, we kennen elkaar nu een tijdje. Dat is hartstikke gezellig. Maar toch voel ik af en toe de behoefte om onze relatie naar een hoger niveau te tillen. Want een belangrijk kenmerk van een gezonde relatie is dat je er wat aan hebt. Dat je er, zeg maar, zonder die relatie slechter aan toe zou zijn. Dat het iets toevoegt, dus.

Daarom wil ik alvast van mijn kant iets voor jullie doen. Jullie een tip bezorgen waarmee je verder kunt in je leven. Waarmee je tijd overhoudt om je bezig te houden met de dingen waar het écht om draait. Want zijn wij niet alle hardwerkende mensen in een veeleisend tijdsgewricht?

Hier komt-ie: vouw vanaf nu NOOIT meer je ondergoed en sokken op. Flikker ze na het wassen en drogen gewoon in een la.

Twee jaar geleden mee begonnen en het heeft me nu al drie maanden aan kostbare tijd opgeleverd. En nooit, ik herhaal nooit, ben ik aangesproken op mogelijk gekreukeld ondergoed. Of een vouw in mijn sok. Daarbij komt dat de berg wasgoed er direct stukken vriendelijker uitzit wanneer je dit principe hanteert.

Jullie weten, mijn hoogste doel in het leven is om uiteindelijk helemaal níets meer in het huishouden te doen. En het kan niet anders of dat is jullie doel ook. We moeten aan onze relatie blíjven werken. Daarom: hierrr met die tips!